Door: R. Ahmad 

Het gebeurt steeds vaker dat bedrijven via telemarketing mensen benaderen. Stelt u zich eens voor dat u op een gewone werkdag door een anoniem nummer wordt gebeld. U neemt op en het blijkt iemand van een bedrijf te zijn die u om vijf minuutjes van uw tijd vraagt. Al gauw merkt u dat de persoon aan de andere lijn iets aan u wil verkopen (bijvoorbeeld een abonnement). U twijfelt of u het product wil kopen, maar voelt u toch gedwongen een overhaaste beslissing te nemen en gaat akkoord. U gaat dan vervolgens tijdens het telefoongesprek uitdrukkelijk akkoord met de overeenkomst, waarbij er ook wordt aangegeven dat het gesprek opgenomen wordt vanaf dat moment. Na het abonnement te hebben afgesloten hangt u op, en heeft eigenlijk meteen spijt van de koop. Bent u nu gebonden aan zo een overeenkomst?

Allereerst is het zo dat een mondelinge instemming met een aanbod leidt tot een overeenkomst. Maar voor verkoop via telemarketing geldt de Wet Koop op Afstand. Deze wet geeft een aantal regels die de koper beschermt. Dus als u telefonisch “ja” zegt tegen een aanbod, bent u in ieder geval wel goed beschermd bent door de wet.

Wordt u als consument op initiatief van de verkoper benaderd en wordt u een van het volgende aangeboden:

  • een abonnement op een dienst (zoals een sportschool);
  • een abonnement op telefonie of internet of andere telecomdiensten;
  • een overeenkomst voor het leveren van gas, water of elektriciteit;

Dan bent u niet gebonden bent na het mondelinge akkoord aan de telefoon. Het bedrijf is verplicht u na het telefoongesprek schriftelijk of per e-mail het telefonische aanbod toe te sturen. Pas als u na het ontvangen hiervan instemt met de overeenkomst, dan is er een geldige overeenkomst.

Wat telt niet als schriftelijke instemming?

Bijvoorbeeld als de medewerker aan de lijn u vraagt:

  • om op een bepaalde telefoontoets te drukken ter bevestiging van de overeenkomst;
  • om een mondeling ja te geven dat op band wordt opgenomen;
  • om op een digitale ‘Ja’-knop te klikken, waarbij u geen bewijs krijgt wanneer u heeft ingestemd en niet vast te stellen is of de instemming van u afkomstig is.

Heeft u geen schriftelijke instemming gegeven terwijl dit eigenlijk wel moest? Dan is er geen geldige overeenkomst tot stand gekomen. U heeft dan ook geen verplichting te betalen.

Wat kunt u doen als het bedrijf zegt dat er toch wel een overeenkomst is?

Vaak is het verstandig te laten weten dat u toch niet akkoord gaat en dat u het niet eens bent met de rekening. Heeft u dit niet gedaan, dan kunt u nog een brief schrijven aan het bedrijf waarin: u stelt dat u geen overeenkomst heeft met het bedrijf, dat dit ook de reden is waarom u de rekening niet betaalt, dat het bedrijf moet bewijzen dat u wel een overeenkomst heeft gesloten en dat u een reactie op uw brief wilt voor een bepaalde datum.

Bent u onlangs akkoord gegaan met een dergelijke mondelinge overeenkomst en vraagt u zich af wat uw rechten zijn? Of heeft u geen oplossing met het bedrijf kunnen vinden en wilt u weten wat u tegen de overeenkomst kunt doen? Kom dan langs op ons inloopspreekuur, de adviseurs van de Haagse Wetswinkel kunnen u hiermee helpen!