Door D. Kohelet

Misvattingen zijn een belangrijke bron van ellende in het dagelijks leven. Een veelvoorkomende wijze van hun ontstaan is dat twee of meer verschillende dingen vanwege hun onderlinge gelijkenis met elkaar worden verward. In het recht – dat een niet te vermijden onderdeel is van dat dagelijks leven – geldt dit des te meer. Zo valt mij op dat onze cliënten drie verschillende regelingen onbewust door elkaar halen: de stilzwijgende verlenging, de ketenregeling, en de aanzegplicht. Dat dit gebeurt is evenwel goed te verklaren. De drie regelingen hebben alledrie een duidelijke gemeenschappelijke noemer: ze bevinden zich in de sfeer van de voortzetting dan wel beëindiging van een tijdelijk contract. Maar daarmee is wat de onderlinge gelijkenis betreft ook alles gezegd. Omdat ze alledrie aan de orde van de dag zijn binnen onze adviespraktijk, zetten we voor u uiteen wat ze ook al weer inhouden (en vooral niet inhouden).

Stilzwijgende verlenging (art. 7:668 lid 4 BW)
Om direct een misverstand uit de wereld te helpen: een tijdelijk contract[1] eindigt automatisch op het tijdstip zoals in het contract is afgesproken. Er is echter één “maar” en dat is de stilzwijgende verlenging of “zonder tegenspraak”, zoals de wet het noemt. Wanneer een werknemer ondanks het verstrijken van de tijdelijke periode waarvoor het contract is aangegaan verschijnt op zijn werk en hierop niet onmiddellijk naar huis wordt gestuurd door zijn werkgever, dan regelt de wet (op bepaalde uitzonderingssituaties na) dat het contract daarmee stilzwijgend wordt verlengd voor nog eens dezelfde tijdelijke periode en dezelfde voorwaarden waaronder het laatste tijdelijke contract was aangegaan. Het is goed om voor ogen te houden dat deze situatie echt een uitzondering is op de regel dat een tijdelijk contract automatisch afloopt. Verschijnt werknemer na het tijdelijke contract niet op het werk, is de arbeidsrelatie gewoon beëindigd zonder dat werknemer en werkgever daarvoor iets hoeven te doen. Het is daarnaast NIET zo dat er een vast contract ontstaat zodra je werkgever verzuimt het tijdelijke contract te beëindigen dan wel te verlengen (tenzij de ketenregeling van toepassing is; zie hierna)

Samenvatting: Als werkgever werknemer niet inlicht over het beëindigen van de arbeidsrelatie én de werknemer verschijnt op de eerstvolgende “werkdag” zonder tegenspraak van de werkgever, wordt het contract stilzwijgend verlengd.

Aanzegplicht (art. 7:668 BW)
De sinds 1 januari 2015 geldende aanzegplicht houdt in dat de werkgever de werknemer minimaal één maand voor het eindigen van het tijdelijke contract (dat minimaal 6 maanden moet hebben geduurd) schriftelijk moet informeren of het contract wordt voortgezet en zo ja, onder welke voorwaarden. Zegt een werkgever niet aan, dan moet hij aan de werknemer als “boete” één keer het maandloon betalen. Houd dit dus strikt gescheiden van de stilzwijgende verlenging: de sanctie op het niet aanzeggen is enkel het betalen van één maandloon en NIET dat het contract wordt verlengd.

Voor de goede verstaander: door de aanzegplicht heeft de regeling van de stilzwijgende verlenging aan relevantie ingeboet. Zolang de werkgever zich aan zijn aanzegplicht houdt, wordt aan stilzwijgende verlenging simpelweg niet toegekomen: de werknemer weet dan al bij het einde van zijn contract waar hij aan toe is. Het kan natuurlijk wel gebeuren dat de werkgever zijn aanzegplicht in zijn geheel niet nakomt (ook niet op een te laat tijdstip) en het contract stilzwijgend (dus: zonder iets te doen, zie hierboven) laat verlengen. Dit heeft tot gevolg dat hij 1) de aanzegboete moet betalen (aanzegplicht) en 2) aan een nieuw contract vastzit (stilzwijgende verlenging). Als stilzwijgende verlenging opgaat, kun je dus concluderen dat ook niet aan de aanzegplicht is voldaan. Laat de werknemer één dag vóór de einddatum van het contract aan zijn werknemer weten hij ontslagen is, dan voorkomt hij daarmee een stilzwijgende verlenging, maar moet hij evengoed de aanzegboete betalen. De werknemer kan de boete binnen 2 maanden nadat het tijdelijke contract is beëindigd / voortgezet bij de werkgever opeisen.

Samenvatting: Als werkgever niet tijdig zijn voornemen om werknemer te ontslaan kenbaar maakt, riskeert hij een boete.

Ketenregeling (art. 7:668a BW)
De ketenregeling beoogt een rem in het leven te roepen op teveel op elkaar volgende tijdelijke contracten of tijdelijke contracten gesloten over een te lange periode. De regeling brengt niets meer en niets minder met zich dan het volgende:
1. Een reeks tijdelijke contracten binnen een periode van 2 jaar mag niet uit meer dan 3 tijdelijke contracten bestaan. Het vierde contract dat binnen die 2 jaar wordt gesloten, is automatisch een vast contract.
2. Een reeks tijdelijke contracten mag niet langer dan twee jaar duren (ook al zijn dit er maar twee of drie). Gaat die reeks de 2 jaar toch te boven, dan is het contract waarmee de 2 jaar wordt overschreden (ook al wordt dit door werkgever een tijdelijk contract genoemd) automatisch een vast contract.

Let wel: voor zowel 1) als 2) geldt dat tussen de verschillende contracten nooit meer dan 6 maanden mogen zitten. Is dit wél het geval, dan gaat deze regeling niet op.

De wet zorgt ervoor dat het laatste contract in deze situaties een vast contract wordt. Dit houdt dus NIET in dat de werkgever na drie tijdelijke contracten verplicht is de arbeidsrelatie met zijn werknemer voort te zetten: om te voorkomen dat hij aan een vast contract vastzit, kan een werkgever er juist voor kiezen om de werknemer te ontslaan, wat dan ook geregeld gebeurt. Om deze reden is er dan ook kritiek op deze regeling.

Voor het onderscheid met de andere twee regelingen is het goed om op te merken dat de ketenregeling niets zegt over de wijze van verlenging van het contract: zoals we hierboven hebben gezien, kan dit stilzwijgend dan wel uitdrukkelijk. Het kan zeer wel gebeuren dat een tijdelijk contract voor de derde maal stilzwijgend (zie hierboven) wordt verlengd (zodat er sprake is van een vierde contract) en dat daardoor een vast contract ontstaat. Hier is dus sprake van een samenloop tussen de ketenregeling en de stilzwijgende verlenging. De ketenregeling regelt dus niets over de vraag of het contract wordt verlengd, maar wat er gebeurt als het contract – in een bepaalde situatie – wordt verlengd.

Samenvatting: 1) Het vierde tijdelijke contract dat binnen 2 jaar is gesloten wordt geacht een vast contract te zijn en 2) Als een totale duur van de tijdelijke contracten langer dan 2 jaar is, wordt wordt het contract waarmee die termijn wordt overschreden geacht een vast contract te zijn.

Samenloop van de stilzwijgende verlenging, de aanzegplicht en de ketenregeling is goed denkbaar: stel een werknemer heeft drie tijdelijke contracten achter elkaar gehad van elk 6 maanden. Werkgever zegt niet aan (boete; aanzegplicht) en op het moment dat de werknemer de eerstvolgende werkdag na het einde van het laatste contract op het werk verschijnt zonder naar huis te worden gestuurd (nieuw contract; stilzwijgende verlenging), is er sprake van het vierde contract binnen 2 jaar tijd, dat in beginsel ook 6 maanden zou duren maar door de ketenregeling een vast contract wordt.

Wij hopen hiermee enkele misverstanden uit de wereld te hebben geholpen en het recht weer een stukje toegankelijker te hebben gemaakt. Zoals zo vaak in het recht bestaan er op het bovenstaande aardig wat uitzonderingen die, gezien het doel van deze blog, buiten beschouwing zijn gelaten. Als u precies wilt weten hoe u er in uw situatie qua rechten en plichten voor staat, kunt u langskomen op één van onze spreekuren.

[1] Waar ik het heb over een “tijdelijk contract”, bedoel ik de wettelijke term arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, en wanneer ik spreek van “vast contract” wordt door mij arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bedoeld.